Burn-outpreventie vraagt om moed
‘Kom op joh, even de schouders eronder’, ‘het valt allemaal best mee’, ‘straks is het minder druk’. Of erger, ‘jullie willen niet’, ‘ik hoor jullie alleen maar klagen’. We wuiven wat weg, slaan in de wind en wimpelen wat af op de werkvloer. Dat doen niet alleen collega’s en leidinggevenden. Ook de medewerker met burn-outklachten zelf kan er wat van. Voor mijn boek ‘Nog niet gevloerd’ sprak ik ex-burn-out’ers en één sprak zich steeds vermanend toe als het niet zo wilde vlotten op het werk: ‘kom op, niet zeuren, schop onder mijn kont, dingen doen, dan gaat het vanzelf weer over.’ Vooral doorgaan tot het niet meer gaat lijkt het enige credo op de werkvloer. Je gaat door, want het gaat immers vanzelf weer over. Je sleept je door de week, reikhalzend uitkijkend naar het weekend, want dan neem je je voor even goed bij te slapen. Maar de maandag erna word je toch weer moe wakker, weer een week voor de boeg, pfff. En als je maar lang genoeg doorgaat op deze voet, raak je gevloerd. Burn-out!

Herken de signalen
Volgens de laatste cijfers hebben inmiddels al 1,3 miljoen werkenden last van burn-outklachten. Samen stressen we 2,8 miljard aan ziekteverzuim bij elkaar, stond er onlangs in het FD. En over 10 jaar zal een kwart van de werkpopulatie uitvallen door stress, voorspelt de Arbo Unie. De burn-outproblematiek groeit maar door en begint een groot economisch probleem te worden, als dat het al niet is. Het is hoog tijd om het tij te keren. Veel adviezen zijn goedbedoeld en kunnen soms even verlichting geven, maar zijn een doekje voor het bloeden. Willen we de burn-out echt aanpakken, dan moeten we het over een totaal andere boeg gooien. Burn-outpreventie begint met de signalen herkennen en kaart het aan. Dat lijkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk nog best lastig te zijn.

Liever laten we ons beste zelf zien
Burn-out is een sluipmoordenaar. De mensen die ik heb geïnterviewd voor mijn boek, waren allemaal verrast door de burn-out. Ze hadden het niet zien aankomen. De weg ernaar toe lijkt heel geleidelijk te gaan. En dan is die burn-out er ineens toch heel plotseling. Achteraf konden zij vaak wel benoemen waar het mis begon te gaan. Maar waarom niet op het moment zelf? Zeggen dat het even niet gaat is natuurlijk geen leuke boodschap om te verkondigen. Liever laten we onze beste zelf zien. Ga na bij je zelf, als iemand aan je vraagt hoe het gaat, zeg je toch ook het liefst dat het goed gaat?

Valkuil van vergelijken
Toch is het geen goed idee om te zwijgen. En dit is waarom. Langdurige stress zorgt er namelijk voor dat het relativeringsvermogen steeds minder goed werkt en negatieve gedachten en gevoelens steeds meer ruimte krijgen. Gevoelens van tekortschieten, niet voldoen, niet goed genoeg voelen komen meer en meer op. In plaats van aan de bel te trekken, juiste maatregelen nemen, gaan we juist nog harder werken om te compenseren, te bewijzen dat je wel voldoet. En daarbij nemen we de mensen om ons heen als (maatstaf). Die gaan toch ook gewoon door, dat moet ik ook kunnen. De valkuil van je binnenkant vergelijken met wat je ziet aan de buitenkant van de ander. Funest en een belangrijke reden waarom we klachten niet zien of willen zien als signalen en dus liever negeren.

Contact maken van mens tot mens
En dan die medewerkers die toch de moed hebben om klachten serieus te nemen en dit te berde te brengen bij de leidinggevende. Hoe ga je daar als leidinggevende mee om? Ga je dit gesprek ook aan? Als leidinggevende kan je echt het verschil maken. Kun je even uit je formele rol stappen als leidinggevende en contact maken van mens tot mens? Je angst en oordeel over wat mogelijk de consequenties kunnen zijn voor de business even parkeren. De medewerker opent zich pas als het veilig is en als hij zich echt gehoord en begrepen voelt.

Burn-outpreventie kost tijd en inspanning
Dat vraagt ook moeite van jou als leidinggevende. Brené Brown zegt hierover in haar nieuwste boek Durf te leiden (2019): ‘Leidinggevenden moeten ofwel een redelijke hoeveelheid tijd investeren in aandacht voor angsten en gevoelens, ofwel ze verspillen een onredelijke hoeveelheid tijd aan pogingen om ineffectief en onproductief gedrag te managen.’ Deze uitspraak zou je als leidinggevende, hoe verleidelijk het soms ook is voor de ogenschijnlijk makkelijke weg te kiezen, in je hart moeten sluiten. We weten allemaal dat we beter even door de zure appel heen kunnen bijten, dan dat we de hete aardappel doorschuiven en de problemen blijven rondzingen. Burn-outpreventie kost tijd en inspanning om het échte gesprek aan te gaan met de medewerker, maar uiteindelijk is dat altijd beter dan de hoeveelheid tijd, energie en geld die je kwijt bent aan de medewerker die maandenlang met een burn-out thuis zit en maandenlang bezig is om zijn werk weer op te pakken.

Mariska Cornelissen is trainer en coach met specialisme burn-outpreventie en auteur van het boek ‘Nog niet gevloerd, overeind blijven als je bijna-burn-out bent.’ Een boek voor medewerkers met burn-outklachten en hun leidinggevenden.

Wil je hierover met me sparren of praten, neem contact met me op via info@indemoedmetmaris.nl

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.